Gedragstherapie

Gedragstherapie kan een uitkomst zijn voor het tegengaan van tics die niet helemaal ‘ongewild’ en ‘oncontroleerbaar’ zijn. Gespecialiseerde psychologen geven deze therapie. Voorgaande aan de tic wordt een bepaald spanningsgevoel waargenomen, het behandelprincipe maakt hier gebruik van. Er zijn twee methodieken ontwikkeld.

– Exposure en responspreventie: Tics worden bewust en steeds langer onderdrukt (responspreventie), waardoor blootstelling aan het spanningsvolle gevoel ontstaat (exposure). Spanningsvolle gevoelens kunnen afnemen, het is daardoor ook niet meer nodig de tics uit te voeren
– Habit reversal: bij elke tic wordt een tegenbeweging aangeleerd welke niet verenigbaar is met het uitvoeren van de betreffende tic. In plaats van oogknipperen dient de patiënt bijvoorbeeld de ogen wijd open te sperren. Stapsgewijs komt men tot het punt dat zelfs de tegenbeweging meer hoeft worden gemaakt, de tic dooft vanzelf uit.

Door gedragstherapie wordt geleerd om meer controle te krijgen over tics. Dit is in bepaalde situaties zeer welkom en onderzoek toont aan dat bij ongeveer twee derde van de patiënten een aanzienlijke vermindering van tics kan worden bereikt. Enig nadeel kan zijn dat men bij gedragstherapie thuis moet oefenen en wel gemotiveerd moet zijn en blijven om goed resultaat te behalen met deze intensieve behandelvorm.